Home>Groep 1/2a>Kleur-, teken- en schrijfactiviteiten

Kleur-, teken- en schrijfactiviteiten

donderdag 5 mei 2016

Kleur-, teken- en schrijfactiviteiten

In leerjaar 2 worden kinderen zich bewust van het bestaan van tekeningen en van letters en cijfers.
Tekenen en schrijven zijn complexe motorische taken die een langdurig rijpingsproces nodig hebben.
Zij krijgen er door zowel externe invloeden als eigen gerichtheid belangstelling voor.
Zij komen op borden, apparaten en reclamemateriaal ‘letters’ tegen.

Kinderen merken daarbij dat letters en cijfers zowel ‘gelezen’ als ‘geschreven’ kunnen worden. Zij willen dit ook ‘in de vingers krijgen’.

Om letters te kunnen schrijven kan een aantal voorwaarden genoemd worden. Bij leren rekenen en lezen gelden al specifieke voorwaarden. Deze voorwaarden zijn voor deze vakken precies omschreven. Bij schrijven moet dit nog vorm krijgen.

Voorwaarden voor leren schrijven van letters:

Een groot aantal pogingen is in de loop der jaren ondernomen om de voorwaarden soms zeer uitvoerig, soms zo beknopt mogelijk, te beschrijven.
Onderstaande aanzet verwoordt de voorwaarden in 5 punten:

  • Het kind heeft bij het maken van letters een stabiele voorkeursgreep
  • Het kind kan verschillen tussen letters, letterdelen onderscheiden en herkent en benoemt deze letters
  • Het kind beheerst de basisbewegingen die aan de letters ten grondslag liggen
  • Het kind kan verbale instructie begrijpen en opdrachten uitvoeren
  • Het kind kan nauwkeurig werken en langdurig met een (opgedragen) schrijftaak bezig zijn.

De zeer jonge kinderen, geboortemaand september, oktober en november zijn vaak nog niet, overwegend vanwege hun kalenderleeftijd, aan schrijven van letters en cijfers toe.

Oefenen met ‘vooractiviteiten’

Het beheersen van het schrijven van letters vraagt dat kinderen frequent, geconcentreerd en gedisciplineerd oefenen.
Een drietal ‘vooractiviteiten’ kan in leerjaar 2 onderscheiden worden:

  1. Het kleuren van vlakken waardoor buig- en strekoefeningen al spelenderwijs worden geoefend
  2. Het oefenen van geïsoleerde vingerbewegingen
  3. Het oefenen van de vier ‘basisbewegingen’ van de letters.

Trafford & Nelson onderscheiden vanuit elektronische analyse van bewegingen bij letters schrijven vier ‘basisbewegingen’. Onderscheiden worden: de ‘scherpe top’, de ‘loupe top’, de ‘ronde top’ en de ‘rol top’.

Oefenen

Met het schrijven van de letters zelf starten kinderen meestal met het schrijven van de eigen voornaam.

De gehanteerde pengreep laat zien hoe het schrijfmateriaal door een kind gehanteerd wordt. Vervolgens kunnen extra oefeningen gedaan worden om een betere en stabielere ‘driepuntsgreep’ na te streven. Omdat naar deze greep de voorkeur uitgaat.

Het kiezen van te gebruiken kleur- en schrijfmateriaal

Het leren van kinderen is in deze fase vaak nog impliciet. Over het algemeen is er dan bij kinderen sprake van ‘spelenderwijs’ leren. Al doende, al spelende, al verkennende wordt geleerd. Soms zijn er momenten dat een kind expliciet leert. Dit wanneer het kind heel uitdrukkelijk een gerichte leerprestatie wil leveren. Vaak zie je dat gedrag op de speelplaats.
Kinderen kunnen met aantrekkelijke opdrachten uitgedaagd worden om wat meer expliciet te leren.

De rol van de ouders

Schrijven leer je op school, maar thuis kunnen ouders ook veel doen. Juist als op school te weinig wordt geoefend. Het is dan goed dat ouders ook thuis weten wat ze kunnen doen om het kind te ondersteunen.

Waar kunt u thuis op letten:

  • Oefen thuis met schrijven met potlood. Dat is het beste voor een kind dat begint met schrijven. Gebruik een hard potlood (type H). HB en B zijn meer om te tekenen. Gebruik eventueel een driekantig potlood, te koop in de kantoorboekhandel. Leer het kind géén blokletters (hoofdletters) als handschrift.
  • Oefen niet met het overtrekken van gestippelde (blok)letters (zoals je vaak ziet in de oefenboekjes die je bij de drogist kunt kopen), maar oefen alleen met het volgen van vloeiende lijnen en bewegingen. Oefen met het kind om rechte en schuine lijnen te tekenen, maar ook krommen, lussen, krullen en zigzaglijnen (ook vormen als cirkels, vierkanten, driehoeken etc.), waarbij ze vooral het potlood op het papier houden.
  • Oefen met je kind het totale lichaamsevenwicht: met dansen, springen, wiebelen op een grote bal, op een muurtje lopen, etc.
  • Doe (ontspannings)oefeningen voor de handen en armen: speel piano op tafel, duim en vingers elkaar laten aantikken, knikkers verwisselen in de hand, spelen met vingerpoppetjes, rijgen, vlechten, boetseren, draaiende bewegingen met de pols, symmetrische grote bewegingen met de armen, en 8-vormige bewegingen.
  • Zorg ervoor dat uw kind voldoende beweegt: ga hinkelen, oefen de koprol, laat het vangen en gooien met een bal, en oefen met touwtjespringen.

 

Thema’s

Wij werken in de kleutergroepen veelal met thema’s uit piramide. Dit kunnen zowel de bekende thema’s zijn zoals: herfst, sint en kerst als andere actuele thema’s. Wij proberen door deze thema’s zoveel mogelijk aan te sluiten bij de belevings- en fantasiewereld van de kinderen. De klassen worden dan ook aangekleed rond dit thema. Er staat in iedere groep ook een kijktafel/kast waarop meegebrachte spullen van thuis kunnen worden bekeken. Ook bij diverse lesactiviteiten, denk aan knutselen, voorlezen en rekenen wordt ingespeeld op dit thema. Met welk thema we bezig zijn, kunt u lezen op het raam bij de klas.

Werkmoment bij binnenkomst

Zowel ’s morgens als ’s middags is er bij binnenkomst in de klas een gezamenlijke activiteit rondom het thema. Daarna wordt er rondom het thema in groepen gewerkt. ’s Middags is er na de kring meestal een vrije keuze voor het werken. Dit kunnen zijn de bouwhoek, de poppenhoek, de taal of rekenkast, puzzelen en iets uit de constructiekast. Ook wordt er ’s middags werk afgemaakt. Eén keer per week is er inloop. De ouders mogen dan een half uur met hun kind knutselen, werken aan het thema, een puzzel maken enz. Er staan dan verschillende materialen klaar op de tafel. De kinderen kunnen dan direct aan de slag en hebben geen uitleg daarbij nodig.

Bij het werken naar keuze hebben de kinderen de leerkracht niet nodig en kan deze ingezet worden voor andere dingen. Denk daarbij aan:

  • Kinderen begeleiden met een handelingsplan;
  • Voorbespreken van een onderwerp wat later in de kring terug komt;
  • Ruimte om kinderen te observeren;
  • Tijd en ruimte om een gesprek te voeren met een kind alleen;
  • uitleg planbord

Werkmomenten verder op de dag

Ieder kind krijgt als hij/zij net op school komt een naamkaartje en een symbool voor op het planbord.
De kleurenvlinder correspondeert met de kleur van je symbool.
Heb je een werkje af dan zet je een pionnetje onder dat werk, zodat duidelijk is dat het werk af is.
Per dag zijn de werkjes voor de ochtend gepland. Zijn de kinderen klaar dan mogen ze kiezen.

Fonemisch bewustzijn

We werken met de map fonemisch bewustzijn.
Hierin komt aan de orde: auditieve waarneming, ruimtelijke oriëntatie, visuele waarneming, taal-denken en taal-lezen, taal-communicatie, fijne motoriek, grove motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.
Aan het eind van het jaar krijgen de kinderen een korte toets. Ook wordt getest of het kind neiging tot dylexie kan hebben.

Voor het rekenen is rekenoefenstof beschikbaar.
Tevens hebben wij dan ook nog twee keer per jaar de Cito toetsen taal en ordenen. Deze worden voor de kinderen in groep 2 afgenomen in januari en in juni.
Met al deze gegevens en daarnaast ook observaties in de groep komen wij tot een helder beeld van de ontwikkeling van uw kind.

Met woorden in de weer

Om de woordenschat te vergroten bij de kinderen hebben we ervoor gekozen om veel met woorden te oefenen. Denk aan rijmen, beginletter, laatste letter, dezelfde letter, hetzelfde woord. Welke woorden horen bij een project? De bedoeling is dat de kinderen nieuwe woorden aangeboden krijgen op een leuke en pakkende manier. Tevens worden deze woorden steeds herhaald in diverse spelsoorten. De letters  worden aangeleerd en ook opgehangen in de letterboom in de klas.

In de groepen 1 en 2 wordt vaak de geschreven tekst ondersteund met plaatjes of pictogrammen. Door veel te herhalen zullen uiteindelijk de woorden bij de kinderen betekenis krijgen. Zijn de woorden en hun betekenissen bekend bij de kinderen en is het project voorbij dan verdwijnen de woorden van de woordmuur en komen er weer nieuwe voor het volgende project aan de orde.

Voorlezen:

Voorlezen neemt een belangrijke plaats in. Dit bevordert de woordenschat en de leerlingen leren logische zinnen te maken.