Home>Groep 3>Kern 8: lezen en spellen

Kern 8: lezen en spellen

woensdag 21 februari 2018

Kern 8 gaat het over het thema ‘Wat kan jij?’
Daarbinnen staat een logeerpartijtje met een optreden centraal.
Woorden als verkleden, koffer, publiek, applaus en optreden komen daarbij aan bod.

De nieuwe woordtypen in kern 8 zijn:

  • woorden van één lettergreep die beginnen én eindigen met twee medeklinkers, zoals sterk;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op -b of -d, zoals web en goud;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op -nk, zoals bank;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op -ch(t), zoals lach en bocht;
  • woorden van één lettergreep die beginnen met een schr-, zoals schrift;
  • verkleinwoorden van twee lettergrepen, zoals muisje, boompje en stoeltje;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op -a, -o, of -u, zoals sla, vlo en nu.

De kinderen die werken met zon-materialen leren de volgende woordtypen lezen:

  • woorden van één lettergreep die eindigen op -ig of -lijk, zoals twintig en vrolijk;
  • woorden van twee lettergrepen die eindigen op -ing, zoals koning;
  • samengestelde woorden van drie lettergrepen, zoals appelboom;
  • verkleinwoorden van drie lettergrepen, zoals zakdoekje;
  • woorden van drie lettergrepen met een voorvoegsel, zoals onrustig, ontdekking, bezoeken, gevaarlijk en verkouden.

Spelling

Verder werken we in deze kern toe naar het goed kunnen schrijven van:

  • woorden van één lettergreep die beginnen met of eindigen op twee medeklinkers, zoals stal en wesp;
  • eenvoudige samenstellingen van twee lettergrepen, zoals zakmes en voetbal;
  • woorden van één lettergreep die beginnen met sch- ,zoals schaap;
  • woorden van één lettergreep die eindigen op -ng, zoals bang.

Tips voor spelletjes bij kern 8

Tip 1: Geheimschrift

Geheimschrift is erg leuk om te ontcijferen. In allerlei kindertijdschriften en spelboekjes komt u het tegen. Maar u kunt natuurlijk ook zelf een boodschap in geheimschrift maken. Schrijf daarvoor eerst alle letters van het alfabet op en geef elke letter een tekentje. Uw kind zal ontdekken dat bijvoorbeeld de ‘eu’ is samengesteld uit de letters ‘e’ en ‘u’.

Houd er rekening mee dat uw kind de woorden nog schrijft zoals ze klinken: het beheerst niet alle spellingsregels. Verbeter dat niet zolang uw kind in groep 3 zit. Het belangrijkste is het spelelement.

Tip 2: Boodschappenbriefjes en menukaartjes

De dagelijkse boodschappen zal uw kind steeds beter op een boodschappenbriefje kunnen opschrijven, al zal het sommige woorden noteren zoals je ze hoort. Uw kind zal zich echter trots voelen, als u in de winkel precies datgene pakt wat het opleest!

Verras de rest van het gezin eens met zelfgeschreven menukaartjes. Eventueel kan uw kind moeilijke woorden overschrijven van verpakkingen of kookboeken. Ook hier geldt: laat uw kind gerust woorden schrijven zoals ze volgens de uitspraak klinken.

Tip 3: Moeilijkere boeken?

Gaat uw kind als een trein door de eenvoudige boekjes van AVI-1/Start-niveau, kijk dan eens naar boekjes die een graadje moeilijker zijn (AVI-2/M3/E3). Ze staan waarschijnlijk bij de AA-boekjes in de bibliotheek, maar hebben een andere kleurcode of nummering. Vraag ernaar in de bieb.
Dwing uw kind niet tot het lezen van moeilijkere boeken als het daar niet aan toe is. Niets is zo funest voor het leesplezier als het moeten ‘doorworstelen’ van teksten. Lezen doe je voor je plezier! Anderzijds hoeft u uw kind ook niet af te remmen als het een boekje pakt waarin het geïnteresseerd is, terwijl het tekstniveau misschien te hoog is. Soms is een kind zo gemotiveerd dat het moeilijkere teksten aankan of haalt het veel informatie uit de plaatjes.

Tip 4: Woordzoekers

Uw kind leest al veel woorden en op dit moment zijn de woorden met twee medeklinkers vóór en achteraan aan de orde. Met deze woordzoeker gaat u met uw kind op zoek naar woorden die verstopt zijn in deze tabel.

Er zijn twee woordzoekers opgenomen, opklimmend in moeilijkheidsgraad. Het eerste blad leert kinderen hoe ze moeten omgaan met een woordzoeker. Het tweede blad is voor de bollebozen, maar kan ook gebruikt worden als vervolg op het eerste blad. Laat het tweede blad pas maken als uw kind geen moeite heeft met het maken van het eerste blad of als uw kind het ‘woordzoeken’ al vaker heeft gedaan.

Download Woordzoeker 1

Download Woordzoeker 2

Tip 5: Woordkaartjes

Met de woordkaartjes van het memory-spel kunt u voor verschillende spelvarianten kiezen. Voor ieder spel geldt: knip de kaartjes uit en leg ze met het woord naar beneden op tafel neer. Plak de kaartjes desgewenst op dikker karton, zodat de woorden niet door het papier heen zichtbaar zijn.

  • Memory
    Draai om beurten twee kaartjes om en probeer er een woord van te maken. Wie heeft de meeste woorden? Mogelijk blijven er aan het eind van het spel onbruikbare kaartjes over.
  • Memory-variant
    Draai om beurten een kaartje om. Laat dat kaartje zichtbaar op tafel liggen, draai het dus niet terug. Speler 1 draait een kaartje om. Als dat kaartje een samenstelling geeft met een van de andere zichtbare kaartjes, mag die speler die kaartjes wegpakken. Speler 2 draait weer een kaartje om en zoekt of daar een nieuwe combinatie van te maken is. Wie heeft aan het eind de meeste kaartjes? De kaartjes die overblijven, tellen niet mee.
  • Wie vindt de meeste woorden?
    Leg de kaartjes zo neer dat alle woorden zichtbaar zijn. Wie vindt de meeste samenstellingen? De spelers schrijven de gevonden woorden op een blaadje. Ieder woord mag verschillende keren gebruikt worden. Met één woord kunnen immers diverse combinaties gemaakt worden. Na het spel telt u de gevonden woorden. Wie heeft de meeste samenstellingen? Een voorbeeld: woordkaartje ‘rug’ en woordkaartje ‘zak’ = rugzak. U kunt ook een speciale puntenverdeling afspreken: één punt voor elk woord dat alle spelers hebben gevonden; twee punten voor elk woord dat slechts één speler heeft gevonden.
  • Wie vindt de meeste woorden? – variant
    Verdeel de kaartjes onder de spelers. Iedere speler probeert zo snel mogelijk vijf samenstellingen met de eigen kaartjes te maken. Wie is het eerst klaar?
  • Zoek de kaartjes!
    Dit spel is geschikt voor minimaal drie spelers. Laat één kind de kaartjes verstoppen. Twee (of meer) kinderen gaan de kaartjes zoeken. Ieder kind maakt woorden met de kaartjes die het gevonden heeft. Wie heeft de meeste woorden?