Home>Groep 3>Het leren lezen

Het leren lezen

zondag 16 september 2018

Het leren lezen speelt een belangrijke rol in groep 3. Daarom gaan we wat dieper in op de methode Veilig Leren Lezen.
De methode is opgebouwd uit kern Start, kern 1 t/m 11 en kern afsluiting.
De eerste 6 kernen staan in het teken van het aanbieden van de letters (d.m.v. structureerwoorden) en het automatiseren daarvan.
wandplaten2In de kernen 7 tot en met 12 worden er geen structureerwoorden meer aangeboden. Het lezen van nieuwe woorden en zinnetjes neemt dan een belangrijke plaats in en later ook het begrijpend lezen.
In de eerste 6 kernen worden de structureerwoorden aangeboden. De structureerwoorden komen aan het begin van iedere kern aan bod in een ankerverhaal. Vanuit dit ankerverhaal wordt de gehele kern gewerkt. De thema’s die in de ankerverhalen worden aangeboden sluiten goed aan bij de belevingswereld van de kinderen en spreken daarom ook erg aan.
Alle structureerwoorden komen, nadat ze zijn aangeboden, in de klas te hangen d.m.v. een wandplaat.
Op de wandplaten zien de kinderen het structureerwoord en daarnaast hebben ze ook nog de ondersteuning van de illustratie. De structureerwoorden zijn klankzuivere woorden (wat je ziet is wat je hoort).15078_fullimage_steunplaten-vll-ui-ei
Met de structureerstroken halen we de structureerwoorden uit elkaar in afzonderlijke letters (klanken)  Bijv. v-i-s, r-oo-s, m-aa-n, h-ui-s enz. We benoemen de letters als klanken en niet als alfabetletters, dus geen bee maar b, geen vee maar v. De letters aa, oo, uu, ee, ie, ei, eu, oe, ui, ou en au worden als één letter (klank) aangeboden.
De letters die zijn aangeboden staan op het letterbord.

Technisch lezen in groep 3

Vanuit een direct instructiemodel krijgen leerlingen in groep 3 handvatten om nieuwe woorden al vanaf kern Start te lezen en spellen. Basis hierbij is het veelzijdig verkennen van letters en klanken (luisteren, kijken, voelen, ordenen) en het steeds opnieuw herhalen van bekende letters in nieuwe combinaties.

Door met letters te gaan spelen in zoveel mogelijk posities en lettercombinaties krijgen leerlingen niet alleen inzicht in de structuur van taal maar gaan ze dit inzicht sneller kunnen toepassen bij het lezen van nieuwe woorden én zinnen. Hierdoor ervaren ze dat ze echt met taal aan de slag zijn en het biedt hen veel mogelijkheden om de lees- en spellingvaardigheid te automatiseren. Een belangrijke rol hierin speelt Veilig en vlot.

Technisch lezen in de leerlingsoftware

In de leerlingsoftware is de leerlijn ‘technisch lezen en spellen, begrijpend lezen’ opgenomen. Met deze software oefenen de leerlingen het technisch lezen zelf op de computer of tablet.

Zoemend lezenzoem

Het ‘zoemend lezen’ heeft een belangrijke rol als strategie om kinderen te helpen eerder een woord in zijn geheel te kunnen lezen in plaats van spellend. Door niet vast te houden aan het hakken en plakken, zetten leerlingen sneller de stap naar het direct lezen van groepen letters die ze al kennen. Het hakken blijft een belangrijke strategie, maar dan in de vorm van auditieve analyse voor het spellen. En dus niet voor het lezen.

Het zoemend lezen houdt in dat een leerling tijdens het lezen van een woord de klanken van het woord aanhoudt én verbindt, bijvoorbeeld in ‘vvvisss’. Voor klanken die niet zijn aan te houden, zoals de ‘p’, leren kinderen hun mondstand klaar te zetten. Vooral bij het lezen van woorden met een nieuw geleerde letter of een nieuw woordtype doet u als leerkracht het zoemend lezen voor en oefent u samen met de leerlingen.

Het klik-klakboekje wordt vaak gebruikt in dit stadium van het leesproces.
Met de woorden “aan” en “een” kunnen de kinderen ook al snel zinnetjes lezen.
Vooral het inoefenen van de letters is in de eerste 6 kernen erg belangrijk. Er worden allerlei materialen gebruikt en oefeningen gedaan om de kinderen te leren dat een woord bestaat uit letters en dat iedere letter een andere klank heeft (de klank-tekenkoppeling). Met de letters kunnen nieuwe woorden worden gemaakt.
Er wordt ook gebruik gemaakt van het gebaren alfabet. Ieder letter (klank) wordt dan ondersteund door een gebaar.

In de methode Veilig Leren Lezen is ook veel aandacht voor de verschillende niveaus die de kinderen kunnen hebben bij het leren lezen.
De maan-aanpak is de gemiddelde leerlijn.
De zon-aanpak is voor kinderen die bij binnenkomst in groep 3 al goed kunnen lezen. Voor hen zijn er andere werkboekjes en leesboekjes. Deze kinderen nemen op bepaalde momenten nog wel deel aan klassikale activiteiten en op andere momenten gaan ze op hun eigen niveau aan de slag.
De ster-aanpak is er voor kinderen die wat meer oefening en instructie nodig hebben.
De raket-aanpak is voor kinderen die net wat meer aankunnen dan de maan-aanpak maar waarvoor de zon-aanpak soms nog wat lastig is.
Bij iedere aanpak wordt aandacht besteed aan het zelfstandig werken.

Lezen is belangrijk

Oefenen is belangrijk bij het leren lezen. Natuurlijk wordt er op school veel aandacht besteed aan het lezen. Kinderen lezen in de leesboekjes die bij de methode horen. Dit kan alleen, maar ook in tweetallen (duolezen). Verder zijn er in de klas veel boeken aanwezig die aansluiten bij het leesniveau van de kinderen, maar ook informatieboeken en prentenboeken.
Het is ook belangrijk dat u als ouder het lezen thuis stimuleert. Laat uw kind dus ook thuis lezen. Let er wel op dat het boek dat uw kind leest goed aansluit bij zijn/haar niveau. De medewerkers van de bibliotheek kunnen u eventueel helpen met het kiezen van het juiste leesboekje voor uw kind.
Het voorlezen aan uw kind blijft natuurlijk ook een belangrijke, maar ook gezellige activiteit.
U kunt uw kind dan na het voorlezen vragen stellen over het voorgelezen verhaal (begrijpend luisteren).
Pas later in het schooljaar gaat uw kind echt begrijpend lezen want daarvoor is een goede leestechniek vereist. Uw kind leert dan informatie uit de tekst op te nemen en u kunt dan na het lezen vragen stellen over de tekst.
De leerkracht kan u tips geven over het samen lezen met uw kind.

Extra oefenen thuis

Als uw kind nog moeite heeft met het automatiseren van de letters dan kan de leerkracht wat oefenmaterialen mee naar huis geven. Dit gaat altijd in overleg met de ouders. De leerkracht legt dan uit hoe u met uw kind thuis kunt oefenen.

Zie ook